Poëzie als maatstaf, doel en betekenis is het tweede deel in het onderzoek met het thema ‘Dichten is Meten’. Het eerste deel bevat de theoretische kadering van dit thema. Het tweede deel illustreert het betoog met voorbeelden van gedichten uit mijn onderzoek naar Poëzie als maatstaf en benchmark voor kwaliteit in de kunst. Er worden gedichten geciteerd en verwezen naar de relaties tussen artistieke disciplines, met name muzikale performances en recente kritiek.
Belangstellenden kunnen in een reactie een exemplaar bestellen: 12,50 plus porto is €15,- Formaat is 13×21, bejde bevatten 100 pgs. Ik hoop wel op termijn een engelse en spaanse samenvatting te produceren.
Binnenkort is het weer tijd voor een nadere inspectie van ons filosofisch geheugen voor zover het nog geen dagelijkse taak is. In april begint zoals al een aantal jaren, nu precies 25!, het geval is, de Maand van de Filosofie. Hoewel Trouw over een eigen filosofisch elftal beschikt blijven er nog diverse onderwerpen over die nog op de wachtlijst staan. Dat is bijvoorbeeld het geval met de relatie specialist-generalist, daar waar culturele vorming ter sprake komt. Wat zou het immers mooi zijn als die relatie zich in één en dezelfde persoon manifesteert. Dat dat niet de gewoonte is blijkt maar weer eens uit de bijdrage van vier wetenschappers in deze krant van 19/2, waarin zij pleiten voor universitair onderwijs als vorm van persoonsvorming: “iemand worden” (1). Ik zou daar een algemeen kennisperspectief tegenover willen zetten. Een perspectief waarbij zelfkritiek aan de basis staat. Daarbij ga ik te rade bij onder meer Edgar Morin die nog onlangs, op 104-jarige leeftijd, een curieus boekje heeft uitgebracht met de titel “Het onwaarschijnlijke kan gebeuren” (2). Daaruit het volgende citaat dat ik koos vanwege precies dat ‘generalistisch specialisme’ waarmee ik de persoonseigene zelfkritische positie bedoel. “Dus het is niet zo dat historici de geschiedenis overzien vanaf een boven de tijd zwevende troon; ook zijzelf dienen in hun eigen context te worden beschouwd. Dit was voor mij een les van groot belang, die niet uitsluitend zou moeten gelden voor historici maar voor alle academici, alle filosofen, alle denkers. Later legde ik die gedachte neer in de volgende formulering: ‘Geen bruikbare observatie zonder zelfobservatie.’ De observator moet zichzelf onderzoeken en zichzelf situeren.”
Deze formulering lijkt me echt iets voor op een tegeltje dat iedere nieuwe student meekrijgt tijdens de jaarlijkse kennismaking. Maar eigenlijk is dat echter al vrij redelijk aan de late kant. Dit soort persoonsvormende procesleer lijkt toch eerder studiestof voor in het voortgezet onderwijs en pre-universitaire opleidingen. Belangrijker materie voor aankomende wetenschappers is de attitude die Morin al in 1994 stimuleerde in het Transdisciplinaire Handvest. Het is een vorm van kennisvermeerdering dat specialisme paart aan een contextuele situatie waarbij de onderzoeker niet bang is samen te werken met andere disciplines en gebruik te maken van mogelijk niet voor de hand liggende extra-disciplinaire informatie. Deze koepelvisie is juist van belang daar waar wetenschap en maatschappij onder druk staan en toch, gelukkig maar, de actuele waarde van wetenschappelijk onderzoek, theoretisch en toegepast, wordt ingezien. Transdiciplinair denken is overigens niet voorbehouden aan de universiteit. Kunstacademies hebben ook hier een bijdrage aan te leveren, zijnde in aanleg een beeldrijk kennisdomein. Het geeft bovendien een duidelijker perspectief dan het wat obligaat politiek klinkende ‘a broader mind’. Zeker gezien dat andere onderwerp dat Morin intensief exploreerde namelijk het epistemologisch concept van ‘complexiteit’ waarin een kritische, creatieve en verantwoordelijke geest voorop staat bij onderzoek van maatschappelijke problemen. Nu zouden we er zeker het gebruik en misbruik van AI en sociale media onder scharen. Waarbij we uiteraard niet vergeten dat “De vooruitgang bergt ambiguïteiten en regressies in zich”.
Op verschillende universiteiten is deze opvatting al enigszins ingeburgerd, al is dat meestal voorbehouden aan de meer sociaal-filosofische en artistiek-esthetische faculteiten. Wat let de hedendaagse student, wat let de oplettende lezer, zich in deze richting te bewegen, juist nu het thema van de aankomende maand is ‘Ken onszelve’ ? Het kan zomaar ons eigen engagement en ons eigen zelfbewustzijn met de wereld verstevigen. Ook in die mate dat we het af en toe kunnen loslaten.
1)Wat ben je? Nee, wíe ben je. Leer dat aan de student, F.Demeijer, M.Zweekhorst, J.Waelen, G.Buijs, VU Amsterdam, Trouw 19 febr.2026. – 2)Edgar Morin, Het onwaarschijnlijke kan gebeuren, 2025
“….Met deze woorden zint hij op een kunst zoals nog nooit vertoond is….” (Ovidius VIII).
In 2026 is het thema van de nationale poézieweek Metamorfose. Als er iets karakteristiek is aan de post-moderne westerse cultuur dan is het wel dit idee van permanente verandering vaak ook geduid als een evolutie met regelmatige schokken of breuken. Heraclitus’ uitspraak van ‘alles stroomt’ komt er dichtbij vanwege de betekenis dat niets hetzelfde blijft. Maar Metamorfose is toch iets meer. Het wil het proces van verandering preciseren als een vorm van transformatie met duidelijke standpunten, verifieerbare fases, mythologisch of historisch of intermenselijk en persoonlijk. In de promotie van de poëzieweek wordt dit kenmerk van het proces in het bijzonder toegekend aan poëzie. “Metamorfose is overal: in de natuur, in ons lichaam, in onze gedachten en in onze samenleving. Het is een transformatie die ons uitdaagt, verrast en inspireert. Poëzie is bij uitstek het genre dat deze veranderingen vangt, verwoordt en verbeeldt.”
Hier wordt poëzie een vorm van modern engagement: politiek, klimaat, natuur en inclusief divers en kwetsbaar. Daarna belooft de tekst ons ook op reclameachtige wijze weerbaarheid: “en vier de kracht van verandering!” In vergelijking met andere disciplines lijkt mij deze belofte enigszins overtrokken. Het zijn met name meer de visuele beeldtechnische media en theatrale presentaties die met directe impact verandering kunnen symboliseren. Poëzie in de huidige omstandigheden is als een meestentijds tekstuele presentatie toch hoofdzakelijk een gedeeld individuele ervaring. Tenzij tevens wordt aangestuurd op ‘het poëtische’ in elk denkbare publieke vorm. In dat geval stuiten we hier op een verruiming van het idee ‘poëzie’ tot moeilijk te trekken performatieve grenzen.
Wel is af te leiden uit deze typerende poëzieomschrijving dat, samengevat: verandering als transformatief proces in het algemeen waarschijnlijk door poëzie het beste wordt verwoord. Daarbij kan gesteld dat in essentie verandering berust op beweging. Maar afhankelijk van welke ontwikkelingsvisie men hanteert, gaat deze beweging vloeiend lineair of met horten en stoten, gepaard aan tegenstellingen. Vandaar mijn conclusie dat 1)Metamorfose de Maatstaf is voor goede poëzie. Het zet dingen in beweging volgens een specifiek opgemeten betoog, waarin harmonie afgewisseld wordt door disharmonieën. 2)Poëzie als een vorm van beeldspraak fungeert als metafoor voor verandering. Het is vergelijkbaar met een werkelijkheid maar toont die op een bijzondere manier. 3)In deze visie kan poëzie als maatstaf gelden voor de kwaliteit van elke kunstdisciplinaire activiteit.
James Joyce vermeldt als motto in ‘A portrait of the artist as a young man’(1916) the Latijnse spreuk uit Ovidius’ Metamorphoses, VIII, “et ignotas animum dimittit in artes”. In vrij letterlijke vertaling “en hij laat zijn geest los in (op) onbekende kunsten”. Waarmee het opgroeien van de hoofdpersoon, Stephen Dedalus, wordt geduid als een ‘rite de passage’ op onbekende terreinen middels verschillende zelfbeelden. Dit opgroeien, het veranderen van gedachten en voorkeuren, kan generiek gezien als culturele omwenteling beschouwd worden. In historische disciplines is een zeer bekend voorbeeld de vergelijking tussen antieke beschavingsnormen en de moderniteit. Het is bijvoorbeeld Schlegel geweest die expliciet zijn vooruitzichten voor de toenmalige ‘hedendaagse’ poëzie scherp afzette tegen onder meer de Griekse cultuur in zijn ‘Über das Studium der griechischen Poesie’ (1797). Een ander voorbeeld in de lyrische literatuur is het boek van Alexander Pope ‘An essay on criticism’ (1711) waarin hij ‘the Ancients’ stelt als tegenbeekd voor ‘the Moderns’. In de Franse geschiedenis heet dit ‘La Querelle des Anciens et des Modernes’, van rond 1700, met het verschil dat in dit debat ook het idee vooruitgang prominent naar voren komt als ‘wetenschappelijk’ gefundeerde Verlichtingslogica.
Hierdoor zien we twee aspecten te voorschijn komen in de vooraanstaande poëtica’s van de afgelopen drie eeuwen. Dat is, in grove lijnen, het afzetten tegen voorgaande stijlopvattingen door bewegingen als Modernen, Avangarde en vergelijkbare iconoclastische literatoren of kunstenaarsgroepen. En daarnaast de groeiende interesse van dichters en kunstenaars in maatschappelijke ontwikkelingen die het gevolg zijn van wetenschappelijke en technologische invloeden.
in 1936 schrijven Magí Cassanyes en Josep Viola Gamón het manifest van de Logicofobistas ter begeleiding van de groepsexpositie in la Llibreria Catalònia in Barcelona mei 1936. Daarin wordt geëxpliciteerd wat de logicofobistas samenbindt namelijk een vorm van surrealisme dat de nadruk legt op de antithese waarin poëzie het intellectuele aspect stuurt. Dit surrealisme achten de schrijvers is een nieuw soort poëzie dat nieuwe kennis oplevert.
«El Surrealisme escriu Viola en el catàleg de l’ exposició Logicofobista, aspecte dialècticament antitètic dins la Logicofobista, s’oposa a tota expressió artística i considera la Poesia com a activitat de l’esperit. En la seva recerca del meravellós, sorprenent i excepcional, no és pas evasionista en si, sinó que, tot abastant el concretament poètic, tendeix a precipitar l’actual crisi de consciència, mostrant-se essencialment com a expressió de la revolució permanent de l’esperit.»
«El Surrealisme és, a la vegada, nova noció de la poesia i un mètode nou de coneixe>
Het poëtische is hier de maatstaf voor een geestelijke activiteit die mogelijk een eind kan maken aan “de huidige crisis van het bewustzijn”. Het karakter van deze maatstaf is een logicofobistische en surrealistische invulling van poëzie met naast het revolutionaire aspect ook de pretentie van een nieuwe soort kennis die deze poëzie op zou leveren. Aangenomen dat deze beweging de logos, de ratio, als een ‘beperking’ benadert en daar juist een intellectuele vrijheid tegenoverstelt, krijgt de poëzie ook extra ruimte om deze kennis te manifesteren.
(uit: Gert Wijlage, poëzie als maatstaf, 2025-2026)
Want in hoeverre komt een mensbeeld overeen met zijn wereldvisie? Met het eigen verleden? Dat zijn een paar kwesties die de schrijver tracht ‘waarachtig’ te maken. Zonder alteveel complexe insinuaties. Maar wel met de nodige omzichtigheid. Elke hedendaagse tekst wil zich immers kunnen verantwoorden voor zijn oprechte keus voor een boeiend leven, oftewel, een boeiend levendig betoog dat een goede bijdrage levert aan de culturele geschiedenis.
tekst uit: Een langer Gedigt – Gert Wijlage, 2025
Onlangs gepubliceerd bij Brave New Books, een schitterende bundel nieuwe, romaneske, poëzie. Een langer Gedigt, voorbij Sagen en Mythes, Met verstrekkende gevolgen. 120 pagina’s. Overal te bestellen voor € 15,06 ISBN 9789465315515.
dan kom je een set van 4 schilderijen tegen die een nieuw uiterlijk verlangen. Of het de herfst is of een mediterraan nazomergevoel, dat is om het even, we grijpen terug op het verticale-horizontale streepjesritme. Hetgeen ons nieuwe landschapsinzichten oplevert.
Entonces te encuentras con un conjunto de cuatro cuadros que necesitan un nuevo aspecto. Ya sea otoño o un ambiente mediterráneo de finales de verano, da igual, volvemos al ritmo de rayas verticales y horizontales. Lo que nos proporciona nuevas perspectivas del paisaje.
you will encounter a set of four paintings that are in need of a new look. Whether it is autumn or a Mediterranean late summer feeling, it does not matter; we revert to the vertical-horizontal striped rhythm. This provides us with new insights into the landscape.
Is er een essentie te bespeuren in het idee poëzie? Of juist liever niet deze vraag stellen? Gert Wijlage gaat op zoek en probeert relaties helder toe te lichten, met voorbeelden uit de geschiedenis en filosofie. Ook zijn we benieuwd naar verbindingen met kunst en een toekomstvisie. Dichten is meten, dit is een citaat uit Martin Heidegger’s essay.
Acerca de este manuscrito que contiene investigación y tesis
¿Existe una esencia en la idea de la poesía? ¿O sería mejor no plantearse esta pregunta? Gert Wijlage investiga e intenta explicar claramente las relaciones, utilizando ejemplos de la historia y la filosofía. También nos interesan las conexiones con el arte y una visión de futuro. «La poesía es medición», es una cita del ensayo de Martin Heidegger.
About this manuscript containing research and thesis
Is there an essence to the idea of poetry? Or would it be better not to ask this question? Gert Wijlage investigates and attempts to clearly explain the relationships, using examples from history and philosophy. We are also curious about connections with art and a vision of the future. “Poetry is measuring,” is a quote from Martin Heidegger’s essay.
“Het gaat om de binding van oud en nieuw. Over Stella & Sol. Over hen die nogal vulkanisch doen over oud en nieuw vertier, zoals die boekenoorlog en dat religieuze transcendentalisme dat ergens toch wel weer vertrouwen schenkt, want zo dicht bij de natuur.”
Zo luidt de inleiding op de nieuwe bundel romaneske poëzie met verrassende relaties en bijbehorende intimiteit. Binding naar bevinding. “Een serie aanminnige affaires van bovenaardse allure”. Aantal pagina’s 140. Prijs €19,50. Uitgeverij: Bravenewbooks.nl/books/387311
Eerst was er de term: Verknoping. Daarna kwam er een tekst: Verstrengeling. Vervolgens een toevallige ontmoeting met een oude schets op een stuk karton. Een nieuwe uitwerking volgde na een wandeling en een bonte ontmoeting. Daarop een nieuw verhaal: doorlopend, lussend.
Counting buttons. First there was the term: Cross-linking. Then came a text: Entanglement. Then a chance encounter with an old sketch on a piece of cardboard. A new effect followed after a walk and a colorful meeting. Then a new story: continuous, looping.
Botones de conteo. Primero surgió el término: reticulación. Luego vino un texto: Enredo. Luego, un encuentro casual con un viejo boceto sobre un trozo de cartón. Un nuevo efecto se produjo tras un paseo y un colorido encuentro. Luego una nueva historia: continua, en bucle.
Het blauw zit in de lucht. Verdwijnen in de onmetelijkheid door het naar voren te halen. Daaroverheen in het wit de diepte onderzoeken. In de souplesse het eigene vinden. Een portret van een enkele beweging. Heel dichtbij. De lijn wordt hier wat dikker en daar maakt het een draai van boven naar beneden, daar komt het naar je toe. Er zijn wat botsingen, maar verderop loopt het weer los en verglijdt, zwenkt, op weg naar een nieuw parcours.
The blue is in the air. Disappear into the immensity by bringing it forward. Examine the depth over that in white. Finding your own in flexibility. A portrait of a single movement. Very close. The line becomes a bit thicker here and there it makes a turn from top to bottom, there it comes towards you. There are some collisions, but further on things get loose again and slide, swerve, on the way to a new course.
El azul está en el cielo. Desaparecer en la inmensurad al sacarlo adelante. Examinar la profundidad en blanco. Encuentra lo propio en la flexibilidad. Un retrato de un solo movimiento. Muy cerca. La línea se vuelve un poco más gruesa aquí y allí da un giro de arriba a abajo, ahí viene hacia ti. Hay algunas colisiones, pero más adelante se suelta de nuevo y se desliza, se agita, de camino a un nuevo camino.